ECLI:NL:HR:2020:825
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij samenwerkingsverbanden
Belanghebbende, samen met zijn broer vennoot in een vennootschap onder firma (vof), maakte aanspraak op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) over investeringen in 2016. De vof had in totaal €119.385 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Het geschil betrof de juiste berekeningswijze van de KIA voor belanghebbende.
Het Hof had geoordeeld dat de KIA over het totale investeringsbedrag van de vof (€14.505) gelijk verdeeld moest worden over de vennoten. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat iedere vennoot wordt geacht een eigen onderneming te drijven en dat de KIA per belastingplichtige wordt berekend, niet per samenwerkingsverband.
De Hoge Raad verduidelijkte dat de investeringen van het samenwerkingsverband bij elkaar moeten worden geteld om het toepasselijke investeringsbedrag in de KIA-tabel te bepalen. Vervolgens wordt het KIA-bedrag naar evenredigheid van de eigen investeringen van de belastingplichtige berekend. Dit voorkomt onbedoelde effecten van vaste bedragen in de tabel. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de berekening van de KIA voor belanghebbende op €7.252,42.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de correcte berekening van de KIA voor belanghebbende.