Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Voorafgaande beschouwing over het gebruik van verklaringen van kroongetuigen
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beoordeling van het derde middel
art. 226g Sv – waarin onder meer wordt bepaald dat de officier van justitie de rechter-commissaris de gegevens verschaft die hij voor de toetsing van de rechtmatigheid van de afspraak als bedoeld in art. 226g, tweede lid, Sv nodig heeft – aanleiding geeft tot een andere uitleg van de wettelijke regeling. Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord: "(...) noch de bewoordingen van genoemde bepaling [art. 226g, derde lid, Sv], noch de totstandkoming ervan bieden grond voor het oordeel dat die regeling voorschrijft c.q. meebrengt dat ook beschermingsafspraken de verklaringsafspraak hebben te volgen in het strafvorderlijke traject van rechtmatigheidstoetsing".
6.Beoordeling van het tiende, het elfde en het twaalfde middel
Bij deze beoordeling van de mogelijkheid tot gratieverlening worden vervolgens alle consequenties van een mogelijk nog relevante eerder opgelegde tijdelijke gevangenisstraf betrokken in de te maken afweging en de te nemen gratiebeslissing, zodat is gewaarborgd dat die straf geen onvoorziene consequenties heeft in het geval gratie van de levenslange gevangenisstraf wordt verleend. Ook in dat verband geldt bovendien, zoals hiervoor onder 6.2.2 reeds overwogen, dat beslissingen over de (verdere) tenuitvoerlegging van een aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf – waaronder die met betrekking tot eventuele gratieverlening – vatbaar zijn voor rechterlijke toetsing.
7.Beoordeling van de middelen voor het overige
8.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
9.Beslissing
23 april 2019.