Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft de invoer van ruim 33 kilogram ayahuasca-thee door de verdachte, lid en leidinggevende van de Santo Daime-kerk, bestemd voor gebruik in religieuze erediensten. De verdachte voerde aan dat het verbod op invoer in strijd is met haar recht op vrijheid van godsdienst zoals beschermd door artikel 9 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat het verbod op de invoer van DMT, het psychoactieve bestanddeel van ayahuasca, een noodzakelijke en proportionele beperking vormt van de godsdienstvrijheid ter bescherming van de volksgezondheid. Daarbij betrok het hof ook algemene omstandigheden zoals het gebruik van ayahuasca buiten religieuze context en informatie van het Trimbos-instituut over gezondheidsrisico's.
De Hoge Raad bevestigt dat een algemene toetsing van de noodzakelijkheid van de beperking volstaat en dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het verbod in een democratische samenleving noodzakelijk is. Het beroep op vrijheid van godsdienst leidt niet tot ontslag van rechtsvervolging. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafbaarheid van de invoer van ayahuasca wordt bevestigd.