ECLI:NL:HR:2019:1901

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
18/01362
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 81 ROArt. 9 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak opzettelijke invoer ayahuasca-thee ondanks beroep op godsdienstvrijheid

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2.A van de Opiumwet door de invoer van ruim 29 kilogram ayahuasca-thee bestemd voor kerkdienstgebruik.

Verdachte voerde in cassatie aan dat zijn handelen gerechtvaardigd was op grond van het recht op vrijheid van godsdienst zoals beschermd door artikel 9 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2019:1456) en overweegt dat het beroep op godsdienstvrijheid in deze context niet tot cassatie kan leiden.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het opzettelijk invoeren van ayahuasca-thee blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01362
Datum3 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 februari 2018, nummer 23/003369-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.G. van der Plas, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1456 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2019.