ECLI:NL:HR:2019:1899

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
18/01355
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 9 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak opzettelijke invoer ayahuasca-thee

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 februari 2018. De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2.A van de Opiumwet door de invoer van ruim 21 kilogram ayahuasca-thee, bestemd voor gebruik binnen een kerk.

De verdediging voerde onder meer een beroep op de vrijheid van godsdienst ex artikel 9 EVRM Pro aan. De Hoge Raad verwijst in zijn arrest naar eerdere jurisprudentie, met name ECLI:NL:HR:2019:1456, en oordeelt dat de middelen van cassatie niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies. Het beroep wordt verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, en uitgesproken op 3 december 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor opzettelijke invoer van ayahuasca-thee.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01355
Datum3 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 februari 2018, nummer 23/003370-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.G. van der Plas, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1456 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2019.