ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7702
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift tegen toevoeging IGZ-dossier aan strafdossier en teruggaveverzoek
Klager diende een klaagschrift in tegen de kennisname en toevoeging van het IGZ-dossier aan het strafdossier door de officier van justitie. Hij verzocht primair om teruggave van het dossier aan de IGZ en subsidiair om het verbod op gebruik van deze stukken in de strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt om op verzoek van klager teruggave van het dossier te gelasten, waardoor klager niet-ontvankelijk werd verklaard voor dat deel van het klaagschrift. Daarnaast werd het klaagschrift voor het overige ongegrond verklaard, omdat de vordering tot uitlevering en de kennisname van het dossier niet onrechtmatig waren.
Ten aanzien van het nemo-tenetur-beginsel overwoog de rechtbank dat het gebruik van verklaringen en gegevens van klager in het dossier niet leidt tot schending van dit beginsel. Dit omdat de verklaringen niet als belastend of als schuldbekentenis kunnen worden aangemerkt en klager voldoende waarborgen had om zijn zwijgrecht uit te oefenen.
De rechtbank concludeerde dat de IGZ het dossier zorgvuldig had samengesteld, waarbij alleen medische gegevens van patiënten werden verstrekt die toestemming hadden gegeven. De vordering tot uitlevering was gemachtigd door de rechter-commissaris en de kennisname door het OM was rechtmatig.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 31 mei 2011, waarbij het klaagschrift grotendeels ongegrond werd verklaard en het verzoek tot teruggave werd afgewezen.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk voor het verzoek tot teruggave van het dossier en het klaagschrift wordt voor het overige ongegrond verklaard.