Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
Het (ontbreken van strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag
afbeeldingenvan personen en niet op het maken van geluidsopnames – daarop zien de artt. 139a en 139b Sr –, heeft de Rechtbank volgens de steller van het middel ten onrechte geoordeeld dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat de genoemde inbeslaggenomen goederen door de strafrechter verbeurdverklaard zullen worden.