ECLI:NL:HR:2012:BX5785

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00184
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 15b FwArt. 288 Fw
Verwijzingen
6 uitgaand · 10 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot omzetting faillissement in schuldsanering afgewezen door Hoge Raad

De zaak betreft een verzoek tot omzetting van faillissement in een schuldsaneringsregeling op grond van artikel 15b van de Faillissementswet. De verzoekster had eerder bij rechtbank en gerechtshof tevergeefs geprobeerd deze omzetting te verkrijgen. Na eerdere cassatie en verwijzing werd het geschil opnieuw beoordeeld door het gerechtshof, dat het verzoek afwees.

De verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en benadrukt de voorwaarden en het beperkte onderzoek dat mogelijk is na eerdere cassatie en verwijzing in faillissementszaken. Het verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsanering wordt niet toegewezen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsanering.

Uitspraak

5 oktober 2012
Eerste Kamer
12/00184
EE/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 09/511 F van de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2010,
b. het arrest in de zaak 200.055.102/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 maart 2010.
c. het arrest van de Hoge Raad in de zaak HR 10/01166, LJN BP4673, NJ 2011,186, van 22 april 2011,
b. het arrest in de zaak 200.096.801/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 december 2011.
Het arrest van het hof van 27 december 2011 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 27 december 2011 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 5 oktober 2012.