ECLI:NL:GHSHE:2016:5566
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- S.M.A.M. Venhuizen
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling na toepassing hardheidsclausule
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd waarin het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van appellant was afgewezen. De rechtbank oordeelde dat appellant niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan of het onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Appellant en zijn beschermingsbewindvoerder gingen in hoger beroep en stelden dat appellant niet nalatig was geweest in zijn aangifteplicht over de jaren 2011 en 2012 en dat het niet tijdig doen van aangifte over oudere jaren niet tot niet-goedertrouwheid mocht leiden. Tevens voerden zij aan dat de hypotheeklasten niet onverantwoord waren en dat appellant geen reden had te vermoeden dat hij zijn baan zou verliezen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest, mede vanwege onduidelijkheden over zijn arbeidsverleden en hypotheekschuld. Desondanks achtte het hof toepassing van de hardheidsclausule mogelijk, omdat appellant zelfstandig hulp had gezocht, onder bewind stond, geen nieuwe schulden had gemaakt en positieve ontwikkelingen had doorgemaakt met een deugdelijk netwerk van hulpverleners.
Op grond hiervan werd het verzoek tot toelating tot de WSNP alsnog toegewezen. De beschermingsbewindvoerder werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het hof bepaalde dat de griffier van het hof de griffier van de rechtbank op de hoogte brengt van deze uitspraak voor benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.