ECLI:NL:PHR:2012:BX5785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot omzetting faillissement in schuldsanering wegens onvoldoende controle en nakoming
In deze zaak heeft de Hoge Raad eerder een arrest van het Hof Amsterdam vernietigd omdat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan de stellingen van verzoekster dat zij haar onderneming had beëindigd en haar administratie onder controle had gekregen. De zaak werd terugverwezen naar het hof 's-Gravenhage.
Het hof 's-Gravenhage heeft vervolgens het verzoek van verzoekster tot opheffing van het faillissement en toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen. Het hof stelde vast dat ondanks het beëindigen van de onderneming en het beperken van de administratie, verzoekster nog steeds niet voldoende overzicht en controle had over haar financiële verplichtingen. Ook was er onvoldoende aannemelijk dat zij haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen, mede doordat zij geen boedelafdrachten had verricht.
Verzoekster kwam in cassatie met twee klachten: dat het hof ten onrechte niet had aangenomen dat zij aan de voorwaarden van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Fw Pro) voldeed, en dat het hof buiten zijn opdracht was getreden door zelfstandig te oordelen over de nakoming van verplichtingen uit de schuldsanering.
De Hoge Raad verwierp beide klachten. De hardheidsclausule vereist dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, wat het hof terecht niet aannam. Daarnaast had het hof wel degelijk de bevoegdheid om te beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro was voldaan, ook na verwijzing.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep moet worden verworpen en bevestigt daarmee het arrest van het hof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot opheffing van het faillissement en toelating tot schuldsanering wordt afgewezen.