ECLI:NL:HR:2011:BP4673
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake omzetting faillissement in schuldsanering wegens onduidelijke motivering hof
Verzoekster, die sinds 2005 een logistiek onderneming had, werd op eigen verzoek failliet verklaard door de rechtbank Amsterdam in juni 2009. Zij verzocht vervolgens om omzetting van het faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan van haar belastingschulden, die grotendeels in de onderneming waren ontstaan.
Het gerechtshof Amsterdam bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van verzoekster tegen de afwijzing, met name omdat zij niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de belastingschulden. Verzoekster stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het beroep op artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro onbesproken had gelaten, terwijl zij stelde dat haar slechte financiële positie mede veroorzaakt werd door het niet op orde hebben van de administratie, die inmiddels onder controle was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit beroep had moeten behandelen en dat het hof bij een juiste rechtsopvatting zijn arrest beter had moeten motiveren. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug naar gerechtshof voor verdere behandeling.