ECLI:NL:GHSHE:2016:4661
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- S.M.A.M. Venhuizen
- L.Th.L.G. Pellis
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van bijna €86.000, na een mislukte minnelijke regeling. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet, omdat appellant niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en niet aannemelijk was dat hij aan toekomstige verplichtingen zou voldoen.
De appellant was gedetineerd in Italië wegens drugssmokkel, wat leidde tot het faillissement en het niet kunnen nakomen van betalingsregelingen. Hij voerde aan dat de detentie niet de oorzaak was van het faillissement en dat de schulden ouder waren dan vijf jaar. Ook stelde hij dat hij geen psychosociale problemen had die zijn betalingsvermogen belemmerden.
Het hof oordeelde dat appellant bewust het risico nam door betrokkenheid bij drugssmokkel, wat leidde tot detentie en faillissement. Hoewel de exacte ontstaansdatum van de schulden niet kon worden vastgesteld, was duidelijk dat appellant niet te goeder trouw was bij het onbetaald laten van de schulden. Tevens ontbrak een verklaring van een hulpverlener die bevestigde dat appellant de verplichtingen uit de regeling zou kunnen nakomen.
De hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro kon niet worden toegepast omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst wegens het ontbreken van goede trouw.