ECLI:NL:HR:2012:BT7496
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid onderaannemer jegens opdrachtgever bij gebrekkige uitvoering dakwerk
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een opdrachtgever en een onderaannemer die dakwerkzaamheden uitvoerde. De opdrachtgever vordert schadevergoeding wegens gebreken aan het dak, waaronder lekkage, kleurverschillen en kromgetrokken leien. De onderaannemer had een overeenkomst met de hoofdaannemer en voerde het werk uit volgens diens instructies.
Het hof oordeelde dat er geen overeenkomst tussen opdrachtgever en onderaannemer was en wees de vordering af. Ook vond het hof dat wanprestatie jegens de hoofdaannemer niet automatisch een onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever oplevert. De Hoge Raad stelt echter dat de onderaannemer binnen bepaalde grenzen rekening moet houden met de belangen van de opdrachtgever en dat de opdrachtgever erop mag vertrouwen dat dit gebeurt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering omtrent de onzorgvuldigheid van de onderaannemer jegens de opdrachtgever. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de vordering tot oproeping in vrijwaring ten onrechte door het hof is toegewezen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling en beslissing over onrechtmatigheid en schadevergoeding.