Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert D-fra B.V. terugbetaling van een bedrag van €23.641,26 wegens onverschuldigde betaling, welke vordering door de kantonrechter is afgewezen. In hoger beroep stelt D-fra haar vordering voort, terwijl geïntimeerden een incidentele vordering tot vrijwaring hebben ingesteld door de curator van een failliete derde partij op te roepen.
Het hof overweegt dat het volgens vaste rechtspraak niet mogelijk is om in hoger beroep een incidentele vordering tot vrijwaring in te stellen. Toewijzing hiervan zou de curator van de failliete boedel onterecht een instantie ontnemen. Daarom verklaart het hof de geïntimeerden niet-ontvankelijk in hun incidentele vordering.
De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 22 maart 2022 voor het nemen van een memorie van antwoord door geïntimeerden. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2022.
Uitkomst: Geïntimeerden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun incidentele vordering tot vrijwaring in hoger beroep.