ECLI:NL:HR:2011:BQ3876
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stilzwijgende totstandkoming maatschap tussen dierenartsen ondanks ontbreken schriftelijk contract
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen verschillende dierenartsen sprake was van een maatschap, terwijl geen schriftelijke overeenkomst bestond. De Hoge Raad oordeelde dat de totstandkoming van een maatschap ook stilzwijgend kan plaatsvinden, afgeleid uit de feitelijke situatie en gedragingen van partijen. Het hof had uitgebreid onderzocht of partijen zich jegens elkaar als vennoten hadden verbonden, waarbij het niet noodzakelijk was dat zij zich expliciet zo hadden opgesteld.
De feiten betroffen een langdurige samenwerking tussen dierenartsen die aanvankelijk via afzonderlijke overeenkomsten werkten, maar waarbij de rechtsverhouding zich ontwikkelde tot een maatschap. Het hof had vastgesteld dat vanaf 1 januari 2000 sprake was van een maatschap, waarbij ook de inbreng van praktijk, arbeid en goodwill was vastgesteld. De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een schriftelijk contract niet in de weg staat aan de kwalificatie van de samenwerking als maatschap.
De Hoge Raad verwierp alle klachten over de motivering en de beoordeling van het hof, waaronder de argumenten over het ontbreken van een contractuele relatie tussen alle betrokkenen, de vraag naar winstverdeling en de aard van de inbreng. Ook werd bevestigd dat de professionele gelijkwaardigheid van partijen relevant is voor het aannemen van een maatschap. Het cassatieberoep werd verworpen en de kosten werden aan de eisers opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat tussen partijen stilzwijgend een maatschap is ontstaan en wijst het cassatieberoep af.