ECLI:NL:HR:2004:AQ7386
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid erkenning kind door niet-verwekker met toestemming moeder
De zaak betreft een verzoek van de biologische vader (de man) om de erkenning van zijn dochter door een andere man (niet-verwekker) nietig te verklaren en zelf erkenning te verkrijgen. De moeder had toestemming gegeven aan de niet-verwekker voor erkenning, terwijl zij de man toestemming had geweigerd. De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk en wees zijn verzoek af, hetgeen door het hof werd bekrachtigd.
De Hoge Raad bevestigt dat de erkenning door de niet-verwekker met toestemming van de moeder rechtsgeldig is, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid door de moeder. De man behoort niet tot de personen die vernietiging van de erkenning kunnen verzoeken, tenzij de moeder misbruik heeft gemaakt door aan een ander toestemming te geven voordat de man vervangende toestemming kon vragen.
In deze zaak was niet aannemelijk dat de moeder misbruik had gemaakt. De man had immers tijdig de mogelijkheid om vervangende toestemming te vragen, maar had dit nagelaten. De Hoge Raad wijst erop dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een beperkte mogelijkheid tot vernietiging van erkenning door de biologische vader, om de rechtszekerheid en belangen van het kind te waarborgen.
Het beroep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd. De uitspraak bevestigt de balans tussen de belangen van de biologische vader, de moeder en het kind in het afstammingsrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de geldigheid van de erkenning door de niet-verwekker met toestemming van de moeder.