ECLI:NL:HR:2004:AM2341
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis bij gedeeltelijke tenuitvoerlegging
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser ontvankelijk was in het verzet tegen een verstekvonnis, nadat het vonnis gedeeltelijk ten uitvoer was gelegd door derdenbeslag op een periodieke uitkering. De rechtbank had het verstekvonnis toegewezen, waarna eiser verzet instelde. Het hof verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat het vonnis geacht werd ten uitvoer gelegd te zijn.
De Hoge Raad overwoog dat bij gedeeltelijke tenuitvoerlegging door derdenbeslag op een periodieke uitkering het vonnis geacht wordt ten uitvoer gelegd te zijn na de eerste uitbetaling aan de beslaglegger. Echter, als de veroordeelde niet op de hoogte was van de dagvaarding, het verstekvonnis en het beslag, en binnen veertien dagen na betekening van het verstekvonnis verzet instelt, bestaat in beginsel grond voor toepassing van een in de rechtspraak ontwikkelde regel die het recht op effectieve toegang tot de rechter waarborgt.
Het hof had ten onrechte buiten beschouwing gelaten of eiser bekend was met de tenuitvoerlegging. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Verweerster werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.