ECLI:NL:HR:2004:AL7065
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid president rechtbank inzake bankgarantie als zekerheid voor arbitrale vordering
Eiseressen vorderden in kort geding dat verweerster, een Duitse vennootschap, door een Nederlandse bank een bankgarantie zou stellen als zekerheid voor een vordering vastgesteld in een arbitrale uitspraak. De president van de rechtbank Rotterdam wees de vordering toe, maar het hof verklaarde de president onbevoegd kennis te nemen van de vordering die eiseressen later hadden ontwikkeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het vonnis van de president van 3 februari 2000 geen eindvonnis was en dat de president bevoegd was kennis te nemen van de vordering, ook al was deze gewijzigd. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat de exceptie van onbevoegdheid tijdig was ingediend. Verder werd vastgesteld dat het EEX-Verdrag van toepassing was en dat de bevoegdheid van de president ook kon worden ontleend aan art. 24 EEX Pro-Verdrag, omdat aan het vereiste van een reële band was voldaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad verweerster in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug naar gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.