ECLI:NL:GHARN:2012:BX8860
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kostenveroordeling bij relatief onbevoegdverklaring afgewezen
In deze zaak heeft Kaltenbach Bora c.s. gedagvaard wegens het gebruik van het merk Gietart en daarmee verwarringwekkende tekens, handelsnamen en reclame-uitingen. De rechtbank Almelo heeft zich relatief onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de rechtbank ’s-Gravenhage, waarbij Kaltenbach in de proceskosten werd veroordeeld.
Bora c.s. stelde hoger beroep in tegen de kostenveroordeling en vorderde dat Kaltenbach volledig in de proceskosten zou worden veroordeeld op grond van artikel 1019h Rv. Het hof overweegt dat tegen een vonnis van relatief onbevoegdheid geen hoger beroep openstaat, ook niet als het hoger beroep zich alleen tegen de kostenveroordeling richt.
Het hof verwijst naar artikel 110 lid 3 Rv Pro en jurisprudentie dat de beoordeling van kostenveroordelingen in hoger beroep meestal een herbeoordeling van de bevoegdheid vereist, wat niet is toegestaan. De rechter waarnaar is verwezen kan de kosten aanvullen indien nodig. Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt Bora c.s. in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Bora c.s. tegen de kostenveroordeling is niet-ontvankelijk verklaard en zij zijn veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.