ECLI:NL:HR:1995:AA1634
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Waarde in het economische verkeer van onroerend goed voor onroerendgoedbelasting
Belanghebbende, een coöperatieve vereniging, was betrokken bij aanslagen onroerendgoedbelasting over 1989 voor een complex bestaande uit opslaggebouwen en terreinen, gebruikt als aardappelbewaar- en sorteerplaats. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd.
Het geschil betrof de juiste waardebepaling van het complex op de peildatum 1 januari 1988. Het Hof oordeelde dat gegadigden het complex als aardappelbewaar- en sorteerplaats zouden gebruiken en dat de waarde daarom op die functionele bestemming moest worden gebaseerd. Dit oordeel is feitelijk en kan in cassatie niet worden bestreden.
De Hoge Raad bevestigt dat de waarde in het economische verkeer volgens de Verordening onroerendgoedbelastingen wordt bepaald door de prijs die een meestbiedende gegadigde zou betalen, rekening houdend met de functionele waarde en gecorrigeerde vervangingswaarde. De wetgever beoogt hiermee de economische waarde voor de eigenaar te benaderen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de heffingsgrondslag van ƒ 2.415.000 niet te hoog is vastgesteld. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de genoemde rechters op 31 mei 1995.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de heffingsgrondslag van ƒ 2.415.000 wordt bevestigd.