Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Opsterland(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de waarde van een bedrijfspand te [Z] per 1 januari 2011 vast op €2.277.000, welke door belanghebbende werd betwist. Na een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het Hof onderzocht de waarderingsmethoden en oordeelde dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde gecorrigeerde vervangingswaarde niet aannemelijk was gemaakt. De huurwaardekapitalisatiemethode werd als meer passend beschouwd dan de door belanghebbende voorgestane discounted cashflow-methode.
De heffingsambtenaar slaagde er niet in het bewijs te leveren dat zijn waardering niet hoger was dan de gekapitaliseerde huurwaarde. Belanghebbende kon zijn lagere waardering niet volledig aannemelijk maken. Het Hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €1.500.000.
Daarnaast veroordeelde het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gedaan op 5 april 2016 en is openbaar.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op €1.500.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.