Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag leges van €351.770,42 opgelegd voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen en winkels in Brunssum. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof.
Het geschil betreft drie vragen: of de tariefstelling leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing; of de opbrengstlimiet van artikel 229b van de Gemeentewet is overschreden; en of Normblad NEN 2631 en UAV 2012 niet op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt. Het hof beantwoordt alle vragen ontkennend.
Het hof overweegt dat de tariefstelling van de gemeente, inclusief een zaagtandtarief en een percentage van 4,41% van de bouwsom, niet onredelijk of willekeurig is en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De opbrengstlimiet is niet overschreden; de Heffingsambtenaar heeft voldoende inzicht gegeven in de geraamde baten en lasten. De bouwkosten zijn vastgesteld op basis van een aannemingssom, waarvoor een gespecificeerde begroting door een aannemer is overgelegd.
Verder is vastgesteld dat de UAV 2012 voldoende bekend is gemaakt via de Staatscourant en internet, zodat geen ongeldigheid van de verordening volgt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.