Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de geheven bouwleges op basis van de Verordening leges omgevingsvergunning 2015.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de leges onredelijk en willekeurig waren en dat dit oordeel niet in stand kon blijven. Tevens wees de Hoge Raad op een onbehandeld geschilpunt dat door de rechtbank niet was beoordeeld, namelijk of de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel had geschonden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing over dit specifieke geschilpunt. De Hoge Raad wees geen proceskosten toe aan partijen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 december 2017.