Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 20 januari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
- Een ‘Investment Report’ van [Bank 2] Private Banking per 31 december 2016 met betrekking tot een rekening met portfolio nr. S […] . Hieruit blijkt een saldo van € 270.576. Dit saldo bestaat uit een ‘current account’ ten bedrage van € 5.961 (waaraan de nummers […] en […] worden gekoppeld) en een investering in 252.255 ‘Units […] ’ met een waarde van € 264.615.
- Een CRS-renseignement voor het jaar 2017, dat in het systeem van de Belastingdienst is gekoppeld aan het burgerservicenummer van belanghebbende. Het vermeldt saldi van respectievelijk € 262.948,09 en € 1.697,02 per 31 december 2017.
- Een CRS-renseignement voor het jaar 2018, dat in het systeem van de Belastingdienst is gekoppeld aan het burgerservicenummer van belanghebbende. De bron van het renseignement is [Bank 2] AG. Het heeft betrekking op rekeningen met nummers […] en […] . Het renseignement vermeldt saldi van respectievelijk € 3.159,03 en € 254.688,72 per 31 december 2018 en een opbrengst van € 6.486,44 die betrekking heeft op het laatstgenoemde saldo. Het type opbrengst wordt aangeduid als CRS503.
- 1 januari 2016: € 274.000
- 1 januari 2017: € 276.000
- 1 januari 2018: € 314.000
- 1 januari 2019: € 331.000
Oordelen van de Rechtbank
Box 1
- dient het nominale rendement op het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 te worden betrokken, zonder aftrek van het heffingvrije vermogen;
- moet worden gekeken naar het saldo van positieve en negatieve resultaten van de verschillende vermogensbestanddelen in het desbetreffende jaar. Er wordt dus geen rekening gehouden met positieve of negatieve waardeveranderingen in andere jaren;
- wordt niet alleen rekening gehouden met de voordelen die worden getrokken uit vermogensbestanddelen in box 3, zoals rente, dividend en huur, maar ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van zulke vermogensbestanddelen. Deze waardeveranderingen behoren ook tot het werkelijke rendement indien de belastingplichtige ze nog niet heeft gerealiseerd;
- kan bij bezittingen geen rekening worden gehouden met kosten, en
- kan bij schulden wel rekening worden gehouden met de daarop betrekking hebbende renten.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
- dient het nominale rendement op het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 te worden betrokken, zonder aftrek van het heffingvrije vermogen;
- moet gekeken worden naar het saldo van positieve en negatieve resultaten van de verschillende vermogensbestanddelen in het desbetreffende jaar. Er wordt dus geen rekening gehouden met positieve of negatieve waardeveranderingen in andere jaren;
- wordt niet alleen rekening gehouden met de voordelen die worden getrokken uit vermogensbestanddelen in box 3, zoals rente, dividend en huur, maar ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van zulke vermogensbestanddelen. Deze waardeveranderingen behoren ook tot het werkelijke rendement indien de belastingplichtige ze nog niet heeft gerealiseerd;
- kan ter zake van bezittingen geen rekening worden gehouden met kosten;
- kan ter zake van schulden wel rekening worden gehouden met de daarop betrekking hebbende renten.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank van 13 mei 2025;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank van 23 december 2024, doch uitsluitend voor wat betreft de aanslag 2017 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente en behoudens de beslissingen over de vergoeding van immateriële schade en griffierechten;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor het jaar 2017 behoudens voor zover die betrekking heeft op de verzuimboete voor dat jaar;
- vermindert de aanslag 2017 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 61.254 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 12.016;
- vermindert de belastingrente voor het jaar 2017 dienovereenkomstig; en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 143 aan griffierecht te vergoeden.