Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 november 2025
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
naar waarheiden
aan de hand van een gedegen fysieke opnamete worden vastgesteld; dat daarvan sprake is, is niet controleerbaar en ook niet waarschijnlijk, mede gegeven het korte tijdsbestek (15 minuten) dat met de opname is gemoeid geweest en waarin kennelijk onder andere het volgende is beoordeeld en de volgende werkzaamheden zijn verricht:
- Er zijn 45 foto’s gemaakt, die zeer sterk zijn ingezoomd en waarvan een deel onscherp is afgedrukt, en waar op een aantal foto’s de auto is voorzien van krijtstrepen om gestelde schade aan te tonen.
- Er is niet duidelijk of en hoe met gebruikerssporen rekening mee is gehouden.
- Er is door de taxateur géén onderzoek ingesteld naar de oorzaak van eventuele aanwezige schade terwijl dit juist inherent is aan de werkzaamheden van een taxateur als zodanig en terwijl de taxateur wel € 6.389 aan schade heeft gecalculeerd en vastgesteld dat daarvan 85% in mindering kan worden gebracht, waarbij ook nog geldt dat de in het taxatierapport genoemde vermindering wegens schade van € 4.600 als zijnde 85% van de totale schade onjuist is berekend en niet overeenkomst met de daadwerkelijk toegepaste vermindering van € 5.431.
- Er wordt zonder duidelijke berekening of motivering meer dan 72% van de schade in mindering gebracht op de waarde.
- Er wordt een waardevermindering gesteld van 10% (€ 1.004) voor een schadeverleden zonder enige deugdelijke onderbouwing.
- De waarde in onbeschadigde staat van € 10.042 is vastgesteld op basis van een koerslijst van XRAY-rental, die i) niet juist is ingevuld nu alle opties zijn opgenomen onder ‘overige’ in plaats van dat deze op de juiste wijze in het programma zijn geselecteerd hetgeen leidt tot een lagere koerslijstwaarde (zie ECLI:NL:GHDHA:2023:1694) en ii) die bovendien een koerslijst van een ex-rental betreft terwijl niet is aangetoond dat sprake is van een dusdanig huurverleden dat dit tot een blijvende waardevermindering leidt.
- Er worden posten als schade opgenomen in de schadecalculatie die geen schade betreffen, zoals expertisekosten, Nederlandse onderhoudsboekenpakket en Nederlandse software programmeren.
- Er is geen sprake van een taxatie/opname in de staat waarin de auto ten hoogste één maand vóór het tijdstip dat de bpm is verschuldigd verkeert.
- Uit de door eiser overgelegde inkoopfactuur blijkt dat het voertuig op 7 maart 2023 is aangekocht door eiseres voor een bedrag van € 11.850. Dat betekent dat eiseres in feite minimaal € 12.302 (€ 11.850 plus € 452 bpm) (exclusief p.m.) heeft betaald voor een auto in beschadigde staat en – uitgaande van het schadebedrag van € 6.389 – feitelijk een bedrag van minimaal € 18.691 (exclusief p.m.), terwijl de taxateur aangeeft dat de auto slechts € 3.607 (inclusief btw en Bpm en schade) waard is.
vermindering van de naheffingsaanslag’ verbonden. De (tegemoetkomende) standpuntinname van verweerder in het verweerschrift heeft hij nadrukkelijk beperkt tot het geschilpunt over de historische nieuwprijs. Het strekt naar het oordeel van de rechtbank dan te ver om daarin ook een toezegging/standpuntbepaling te mogen/kunnen lezen met betrekking tot andere elementen van de heffingsgrondslag/de naheffingsaanslag, zoals bijvoorbeeld de in aanmerking te nemen schade. Met de uitlatingen in het verweerschrift is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake van een uitdrukkelijk en ondubbelzinnig prijsgeven van (een) standpunt(en) door verweerder met betrekking tot de overige elementen van de heffingsgrondslag/de naheffingsaanslag, waardoor verweerder zijn mogelijkheid om zich te beroepen op interne compensatie zou hebben prijsgegeven. Eiseres heeft de uitlating in het verweerschrift redelijkerwijs ook niet zo kunnen of mogen opvatten. De mededeling dat ‘
de naheffingsaanslag tot € 204 dient te worden verminderd’, maakt ook niet dat de standpuntinname van verweerder breder kan worden getrokken, juist omdat deze conclusie zo specifiek is gekoppeld aan het bewuste standpunt over de historische nieuwprijs. Onder deze omstandigheden staat het verweerder vrij om – binnen de grenzen van de goede procesorde – lopende de beroepsprocedure nieuwe geschilpunten op te werpen en/of nieuwe standpunten in te nemen. Die grenzen heeft verweerder met zijn beroep op interne compensatie naar het oordeel van de rechtbank niet overschreden. Gelet op dit alles faalt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
€ 500.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 204;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 4.922;
- veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500; en
- draagt de Inspecteur op aan belanghebbende het voor het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 944 te vergoeden.