Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep,
- de memorie van grieven tevens houdende incidentele vorderingen (ex artikel 351 Rv en artikel 235 Rv) tevens houdende een akte tot vermeerdering van eis in reconventie van [appellant1] ,
- de memorie van antwoord in het incident van [geïntimeerde1] ,
- het arrest in het incident ex artikel 351 Rv en artikel 235 Rv van 21 november 2023,
- de memorie van antwoord, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel van [geïntimeerde1] ,
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellant1] ,
- het verslag (proces-verbaal) van de regiezitting op 5 juli 2024,
- de akte namens [geïntimeerde1] houdende uitlating producties,
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 20 november 2024 is gehouden.
2.De kern van de zaak
- € 290.000,- aan dwangsommen
- € 879.000,- aan contractuele boete doordat [appellant1] het concurrentiebeding in de vennootschapsovereenkomst heeft overtreden.
- (6.1) bepaald dat [geïntimeerde1] binnen één week na betekening van het vonnis de naam- en contactgegevens van een derde aan [appellant1] bekendmaakt aan wie [appellant1] inzage in de financiële administratie moet bieden;
- (6.2.) [appellant1] veroordeeld mee te werken aan de inzage in de financiële administratie door de door [geïntimeerde1] aangewezen derde;
- (6.3) [appellant1] op straffe van een dwangsom veroordeeld, onder de voorwaarde dat hij niet voldoet aan het bepaalde onder 6.2, afschriften van enige specifiek genoemde administratieve documenten/gegevens te verstrekken;
- (6.4) de zaak naar de rol verwezen voor uitlating door [geïntimeerde1] over de door hem gestelde overtredingen van de veroordeling uit het kortgedingvonnis van 19 juni 2018.
3.De feiten
gelden door de vennootschap onder firma [naam1] te laten betalen aan [appellant1] zolang onder die vennootschap beslag is gelegd op alle gelden, geldswaarden en vorderingen die de vennootschap onder zich heeft en/of uit een reeds nu bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen, onder haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van [appellant1]’.