Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de heffing van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof onder meer de uitleg van het Unierecht, de heffingsmodaliteit van BPM, de waardebepaling van ex-rental auto’s, rentevergoeding bij teruggaaf BPM en griffierecht, alsmede de proceskostenvergoeding.
Het Hof oordeelt dat nationale rechters het Unierecht mogen toepassen en prejudiciële vragen kunnen stellen aan het Hof van Justitie, maar in deze zaak geen aanleiding zien tot het stellen van dergelijke vragen. De heffing van BPM voorafgaand aan tenaamstelling voldoet aan het Unierecht, en het standpunt van belanghebbende over de waardebepaling van ex-rental auto’s faalt wegens onvoldoende onderbouwing. Vergoeding van rente over griffierecht vanaf betaling is niet verplicht op grond van het Unierecht.
De forfaitaire regeling van proceskostenvergoeding in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voldoet aan het Unierecht, ook bij onjuiste standpunten van de inspecteur. De rechtbank had een te laag tarief per punt gehanteerd; het Hof corrigeert dit en kent een hogere proceskostenvergoeding toe. Vanwege grievende en beledigende taal in het hogerberoepschrift wordt geen vergoeding toegekend voor dat onderdeel. Het hoger beroep wordt verder afgewezen, behalve voor de proceskostenvergoeding.
De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende, met een totaal van € 2.414. De uitspraak is gedaan op 28 november 2023 door het Hof Arnhem-Leeuwarden.