ECLI:NL:GHAMS:2020:242
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vergoeding immateriële schade en proceskosten bij watersysteemheffing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen watersysteemheffing en zuiveringsheffing woonruimte en vorderde vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn. De rechtbank wees het beroep ongegrond maar kende een beperkte schadevergoeding en proceskostenvergoeding toe.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat er sprake was van twee afzonderlijke zaken en dat de rechtbank onterecht slechts eenmaal vergoeding toekende. Het hof oordeelde dat alle aanslagen op één aanslagbiljet verenigd waren, er één bezwaar- en beroepsprocedure was gevoerd en de rechtbank de zaken als één zaak had behandeld. Daarom was slechts één vergoeding passend.
Verder wees het hof de stelling van de heffingsambtenaar af dat de overschrijding van de redelijke termijn aan belanghebbende te wijten was, maar vond geen aanleiding om de vergoeding te verhogen. Ook de proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding werden door het hof bevestigd zoals door de rechtbank toegekend.
Het hof besloot het hoger beroep ongegrond te verklaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De wettelijke rente over de vergoedingen gaat lopen vier weken na de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.