Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Uitspraak van de rechtbank
€ 159.000
€ 321.000
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een recreatiewoning, maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing van €329 voor het jaar 2016, stellende dat de tariefstructuur onbillijk en discriminerend was voor recreatieve gebruikers die weinig gebruik maken van het rioleringssysteem.
De rechtbank verwierp deze grieven en oordeelde dat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid handelde bij het vaststellen van de heffingsgrondslag en dat recreatieve gebruikers gelijk behandeld worden als andere gebruikers. Tevens werd geoordeeld dat de geraamde baten de lasten niet overschreden, ondanks vragen over de toerekening van veeg- en baggerkosten.
Het hof bevestigde deze uitspraak en overnam de motivering van de rechtbank. Het hof wees op de parlementaire geschiedenis die gemeenten ruime vrijheid geeft bij het bepalen van de heffingsmaatstaf en benadrukte dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de ramingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag rioolheffing wordt bevestigd.