Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Anamnese:
Alle klachten zijn na het ongeval van [datum] 1990 ontstaan naar ik begrijp”.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft sinds een verkeersongeval in 1990 meerdere verzoeken ingediend om een WAO-uitkering toe te kennen, waarbij het UWV steeds heeft geweigerd terug te komen op het oorspronkelijke besluit van 28 juni 2005. Dit besluit was gebaseerd op het ontbreken van een onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid. Diverse medische rapporten, waaronder van neurologen en psychiaters, werden overlegd, maar deze leverden geen nieuwe feiten of omstandigheden op die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant bracht in hoger beroep nieuwe rapporten in van neuroloog Van der Meulen (2020, 2022, 2023), waarin weliswaar sprake was van cognitieve stoornissen en gedragsveranderingen na het ongeval, maar deze rapporten bevatten geen nieuwe feiten die het eerdere oordeel konden veranderen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Ook is het besluit niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen, waarmee het bestreden besluit en de eerdere uitspraak worden bevestigd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit van 28 juni 2005 blijft in stand.