ECLI:NL:CRVB:2015:1054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet voltooide wachttijd en late aanvraag
Appellant, werkzaam van 1976 tot 1985 als administratief medewerker, vroeg in 2010 een WAO-uitkering aan vanwege restverschijnselen van een hersenvliesontsteking uit 1981. Het UWV weigerde de uitkering in 2011 omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en de vereiste wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid niet was volbracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts zijn bevindingen zorgvuldig en consistent had onderbouwd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door medische beperkingen niet eerder kon aanvragen en dat de late aanvraag niet zijn risico mocht zijn.
De Raad oordeelde dat de medische stukken geen bewijs leverden dat appellant de wachttijd had volbracht. De late aanvraag, bijna 30 jaar na de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, bracht het risico van het niet meer verantwoord kunnen vaststellen van de medische situatie met zich mee. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet voltooien van de wachttijd en de late aanvraag.