ECLI:NL:CRVB:2014:1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over inhouding loonbelasting op WAZ-nabetaling
Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting over een nabetaling van de WAZ-uitkering, omdat volgens hem ten onrechte een hoog bijzonder tarief werd toegepast. Het UWV had de uitkering herzien en nabetalingen gedaan, waarbij het bijzondere tarief voor loonbelasting werd gehanteerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond en wees verzoeken om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV niet redelijk had gehandeld bij het toepassen van het bijzondere tarief en dat het UWV niet tijdig had beslist op het bezwaar. Ook stelde appellant dat onterecht geen vergoeding van griffierecht was toegekend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV in redelijkheid het bijzondere tarief mocht toepassen, omdat dit gebruikelijk is bij nabetalingen en gebaseerd wordt op het brutojaarloon van het voorafgaande jaar.
Verder concludeerde de Raad dat het UWV tijdig had beslist binnen de wettelijke termijn en dat de rechtbank terecht geen schadevergoeding toekende. Ook was er geen grond voor vergoeding van griffierecht omdat het beroep niet gegrond was verklaard. De Raad verklaarde de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart de beroepen tegen de besluiten van het UWV ongegrond.