Appellanten ontvingen bijstand en werden geconfronteerd met een besluit van het college om de bijstand over zeventien maanden in te trekken vanwege niet gemelde gokactiviteiten en kasstortingen. Daarnaast werd een boete opgelegd wegens het niet melden van kasstortingen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door het niet melden van kasstortingen en gokactiviteiten. Het college heeft terecht een boete opgelegd voor het niet melden van kasstortingen. Echter, anders dan het college, oordeelt de Raad dat het recht op bijstand over de intrekkingsmaanden wel kan worden vastgesteld op basis van de opgenomen en bestede bedragen in gokinstellingen.
De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de intrekkingsmaanden wegens onvoldoende onderzoek en motivering. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het recht op bijstand opnieuw wordt vastgesteld met inachtneming van de vastgestelde uitgangspunten. De boete blijft gehandhaafd. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.