ECLI:NL:CRVB:2017:1055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet melden kasstorting
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2001 en kregen in 2013 een kasstorting van €500 op hun bankrekening. Het college herzag daarop de bijstand over september 2013 en vorderde te veel betaalde bijstand terug, omdat de kasstorting als inkomen werd aangemerkt. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van deze storting.
Appellanten voerden aan dat de kasstorting een lening betrof met een specifiek doel en daarom niet als inkomen kon worden aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat appellanten vrijelijk over het bedrag konden beschikken en dat een lening geen uitzondering vormt op het middelenbegrip van de WWB. Ook het argument dat het een eenmalige storting betrof, werd verworpen omdat ook eenmalige bedragen als inkomen kunnen gelden.
De Raad stelde vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden en dat dit verwijtbaar is, ondanks psychische problemen van appellant. De boete werd als proportioneel en passend beoordeeld, mede omdat appellanten de boete inmiddels hadden voldaan. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de opgelegde boete wegens niet melden van de kasstorting.