Uitspraak
21.4235 CRTV
[naam 2] verschenen , bijgestaan door mr. Van Gurp. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.
OVERWEGINGEN
€ 25.549,83 (bruto). Bij de berekening van deze vergoeding heeft appellante op grond van de anciënniteitsafspraak als datum van indiensttreding 10 mei 1999 tot uitgangspunt genomen, waardoor de vergoeding is berekend op basis van 38 halve dienstjaren.
,of, indien dat bedrag lager is, het bedrag aan loon als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, dat de werkgever gedurende dat tijdvak op grond van de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft betaald. Artikel 670, eerste lid, laatste zin, is van overeenkomstige toepassing op de termijn, bedoeld in de vorige zin.
1 juni 2022 ook al aangehaalde Memorie van Toelichting [3] , waarin over het doel van de in het tweede lid opgenomen beperking het volgende is opgenomen: