ECLI:NL:CRVB:2022:1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellante diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en was aanwezig bij de zitting, terwijl het UWV niet verscheen.
De Raad oordeelde dat appellante geen geldige gronden had aangevoerd om vrijstelling van griffierecht te verkrijgen, noch had zij voldoende inkomensgegevens overgelegd om dit aannemelijk te maken. De argumenten in het verzet waren een herhaling van eerdere stellingen die reeds zijn weerlegd.
De Raad zag geen aanleiding om het verzet toe te wijzen of om prejudiciële vragen te stellen. Ook werden geen proceskosten aan appellante toegekend. Het verzet werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.