ECLI:NL:CRVB:2021:370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing werkzaamheden en herplaatsingskandidaten politie
In deze bestuursrechtelijke zaak richt het geschil zich op de beoordeling door de korpschef van politie van een aanvraag om ontheffing van werkzaamheden op grond van de 18-maandenregeling. De kern van het geschil betreft de vraag of op de peildatum 1 juni 2017 een herplaatsingskandidaat kon worden geplaatst op de functie van appellant.
De Raad heeft geoordeeld dat de korpschef terecht heeft onderzocht of herplaatsingskandidaten op die datum passend waren, waarbij rekening is gehouden met maatwerktrajecten en de status van kandidaten. De motieven voor afwijzing van specifieke kandidaten, zoals energetische beperkingen en het ontbreken van affiniteit met het vakgebied, zijn voldoende gemotiveerd.
Hoewel er een onjuiste motivering was ten aanzien van één kandidaat, wordt dit gebrek gepasseerd vanwege nadere toelichting in het verweerschrift. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de korpschef wordt ongegrond verklaard en de korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.