ECLI:NL:CRVB:2021:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en bijzondere bijstand bij executoriaal beslag op inkomen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van verf, gordijnen, een laptop en een tweede bed. Het college wees de aanvraag af omdat appellant voldoende draagkracht zou hebben en de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Executoriaal beslag op het inkomen van appellant werd bij de draagkrachtberekening betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het beslag zijn draagkracht beperkte en dat dit een bijzondere omstandigheid vormde. De Raad oordeelde dat het college het inkomen waarop beslag rust niet in redelijkheid mocht betrekken bij de draagkracht, omdat appellant daar niet over kan beschikken.
Desondanks werd het beroep verworpen omdat het beslag geen bijzondere omstandigheid vormt die bijzondere bijstand rechtvaardigt. De bijstandsnorm is toereikend voor noodzakelijke kosten, inclusief reservering. Verder waren de overige kosten niet noodzakelijk. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.