ECLI:NL:CRVB:2020:3079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim en medeplegen witwassen
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Financiën, werd geschorst en ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het aannemen van giften en medeplegen van gewoontewitwassen. De strafrechtelijke veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf betreft onder meer het aannemen van ruim € 60.000 aan giften en witwassen van meer dan € 70.000.
De rechtbank Rotterdam oordeelde eerder dat het plichtsverzuim toerekenbaar is en rechtvaardigt het ontslag. Appellant voerde onder meer aan dat de onschuldpresumptie geldt zolang de strafprocedure niet onherroepelijk is afgerond en dat het onderzoek door de minister onzorgvuldig was. De Raad verwierp deze gronden, verwijzend naar vaste rechtspraak dat bestuursrechtelijke procedures niet hoeven te worden aangehouden en dat strafontslag geen dubbele bestraffing inhoudt.
De Raad vond voldoende bewijs in het strafdossier en gesprekken met appellant, en concludeerde dat het plichtsverzuim ernstig en toerekenbaar is. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag is niet onevenredig gezien de hoge integriteitseisen binnen de functie. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het onvoorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.