Uitspraak
2013. Appellant had een verblijfsvergunning regulier onder de beperking “verblijf als kennismigrant” van 17 juni 2013 tot 13 april 2014. Op grond hiervan heeft de Svb bij beslissingen van 26 juli 2013 kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan appellant toegekend ten behoeve van [naam 1] met ingang van het derde kwartaal van 2013 en ten behoeve van [naam 2] met ingang van het vierde kwartaal van 2013.
11 december 2014 een bezwaarschrift ingediend op 6 januari 2015, maar heeft dit bezwaar op enig moment weer ingetrokken.
14 juli 2015 tegen dit besluit is ongegrond verklaard bij besluit van 22 februari 2016. Het beroep tegen dit besluit is bij uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2016 ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
23 maart 2017 tot 23 maart 2019.
29 april 2015 ingediend. Appellant stelt dat wel tijdig een aanvraag voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf is ingediend. Daarnaast heeft hij laten weten dat zijn kinderen inmiddels over een permanente verblijfsvergunning beschikken en dat zij op grond van artikel 2, tweede lid, van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) recht hebben op alle voorzieningen. Bij besluit van 7 september 2016 heeft de Svb dit verzoek om herziening afgewezen. Bij beslissing op bezwaar van 24 mei 2017 (bestreden besluit 1) is het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertoe is onder meer overwogen dat op grond van de nader aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gevraagde informatie over de verblijfsrechtelijke positie van appellant, geen reden wordt gezien het besluit van 29 april 2015 te herzien.
artikel 6 van Pro de AKW vanaf het tweede kwartaal van 2015.
17 augustus 2014 is beëindigd. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of appellant vanaf het tweede kwartaal 2015 op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) nog verzekerd was op grond van een tijdige aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro”.
11 december 2014 tot beëindiging van de toelating tot Nederland was genomen.
KB 746 anders zou moeten zijn.
23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7740). Voor een zelfstandige aanspraak van kinderen op kinderbijslag bestaat geen wettelijke grondslag. De artikelen 2, 3, 26 en 27 van het IVRK brengen niet mee dat aan ouders die niet voldoen aan de voorwaarden voor kinderbijslag volgens de nationale wetgeving de aanspraak op kinderbijslag niet zou mogen worden onthouden (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7740).