ECLI:NL:CRVB:2016:774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens niet-ingezetenschap Nederland
Appellante, woonachtig in Suriname met haar Nederlandse zoon, verzocht kinderbijslag bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet in Nederland woont en daardoor niet verzekerd is volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het kind geen zelfstandige aanspraak op kinderbijslag heeft en het eigen belang van het kind niet leidt tot aanspraak van de ouders.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij in Suriname geen recht op kinderbijslag heeft en dat zij als verzorgende ouder niet mag worden uitgesloten van de AKW. Tevens stelde zij dat de hoorplicht door de Svb was geschonden. De Raad oordeelde dat de Svb terecht afzag van het horen van appellante omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, gebaseerd op dwingendrechtelijke bepalingen waar niet van afgeweken kon worden.
De Raad bevestigde dat ingezetenschap Nederland een onderscheidend criterium vormt en verwees naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Ook het belang van het kind kan niet leiden tot een aanspraak op kinderbijslag door de ouders. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van kinderbijslag bevestigd wegens niet-ingezetenschap in Nederland.