Uitspraak
OVERWEGINGEN
Voortgezette toelating wil in dit verband zeggen dat de aanvragers dezelfde grond aanvoeren die reeds eerder de Minister van Justitie bewoog tot de instemming met het bestendig verblijf van de vreemdeling hier te lande. In deze betekenis is steeds in het voorliggend wetsvoorstel de term «voortgezette toelating» gebezigd.” In de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 komt het begrip “voortgezette toelating” niet meer voor.
“(…) en die, voor het vervallen van dit verblijfsrecht, een aanvraag tot voortgezet verblijf hebben ingediend (eerste lid onder a)” wordt blijkens dit laatste immers slechts verwezen naar de in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit gelijkstelling genoemde voorwaarde van een aanvraag om voortgezette toelating. Daarmee kan immers niet zijn verwezen naar de beperking “voortgezet verblijf” waaronder eerst met ingang van 1 april 2001 een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 14, tweede lid, van de Vw 2000 in verbinding met artikel 3.4, eerste lid onder u van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan worden verleend, terwijl het begrip “voortgezet verblijf” ten tijde van het tot stand komen van de Koppelingswet en het Besluit gelijkstelling nog niet wettelijk was bepaald.