ECLI:NL:CRVB:2019:965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was werkzaam als medewerker schoonmaak en onderhoud en meldde zich ziek na een verkeersongeval. Het UWV stelde vast dat hij per 22 december 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor functies als productiemedewerker en inpakker, waardoor hij geen recht had op een WIA-uitkering.
Na een nieuwe ziekmelding per 7 juni 2016 met soortgelijke klachten, stelde het UWV vast dat appellant geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend bleven.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat de functies niet geschikt zouden zijn vanwege zijn opleidingsniveau. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat de medische geschiktheid voor de eerder geselecteerde functies leidend is, niet het opleidingsniveau.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor een gewijzigde medische situatie die recht op ziekengeld zou geven en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellant geen recht heeft op ziekengeld.