ECLI:NL:CRVB:2020:2490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen UWV-besluiten over arbeidsongeschiktheid en ziekengeld
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank die haar beroepen tegen besluiten van het UWV ongegrond verklaarden. Het UWV had vastgesteld dat appellante sinds 30 juni 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht meer had op een WIA-uitkering of ziekengeld. Diverse medische onderzoeken en rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat appellante geschikt was voor functies zoals samensteller elektrotechnische apparatuur en wikkelaar.
Appellante stelde dat haar psychische en fysieke beperkingen werden onderschat, verwijzend naar zwaardere diagnoses en medische rapporten, waaronder een psychologisch onderzoek van PsyM. Zij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de medische beoordelingen door het UWV zorgvuldig en overtuigend waren gemotiveerd, dat de zwaardere diagnoses onvoldoende onderbouwd waren en dat een diagnose niet bepalend is voor de vaststelling van beperkingen.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af wegens het ontbreken van noodzakelijke twijfel. Ook concludeerde de Raad dat appellante geschikt is voor de relevante functies en dat haar argumenten over opleidingseisen en thuiszorg niet tot een andere uitkomst leiden. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.