Appellant, geboren in 1997, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege een licht verstandelijke beperking, autistische stoornis, ADHD en darmklachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen heeft en schoolgaand is, wat een uitsluitingsgrond vormt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd bevestigd dat appellant mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet juist waren vastgesteld en overhandigde een expertiserapport ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn. Appellant kan een taak in een arbeidsorganisatie uitvoeren, beschikt over basale werknemersvaardigheden en kan ten minste een uur aaneengesloten werken en vier uur per dag belastbaar zijn. Het schoolgaande zijn vormt een uitsluitingsgrond.
Het expertiserapport van appellant bevestigde de begeleidingsbehoefte maar gaf geen reden tot twijfel aan het arbeidsvermogen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.