ECLI:NL:CRVB:2020:1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks psychische klachten
Appellant ontvangt sinds 2007 een Wajong-uitkering vanwege psychische klachten en een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Met de invoering van de Wajong 2015 beoordeelde het Uwv dat appellant arbeidsvermogen bezit, wat leidde tot verlaging van zijn uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon vanaf 1 januari 2018. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij geen arbeidsvermogen heeft vanwege onzorgvuldige beoordelingscriteria en onvoldoende aandacht voor zijn beperkingen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het Uwv de methode sociaal-medische beoordeling van arbeidsvermogen (SMBA) toepaste, ondersteund door het Compendium Participatiewet als vaste gedragslijn, en dat het onderzoek zorgvuldig was. De rechtbank vond geen reden om te twijfelen aan het oordeel dat appellant ten minste vier uur per dag belastbaar is, een uur aaneengesloten kan werken en basale werknemersvaardigheden bezit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de beoordelingscriteria onduidelijk en onzorgvuldig zijn en dat zijn concentratieproblemen onvoldoende zijn meegewogen. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het Uwv. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt te onderbouwen, en dat de taak bestukken passend is voor appellant. Er was geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. De Raad bevestigde de verlaging van de uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd omdat appellant arbeidsvermogen bezit.