Uitspraak
18.3175 WAJONG
OVERWEGINGEN
.
.Deze voorwaarde behoeft daarom geen verdere bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege beperkingen door PTSS, ADD en autisme. Het UWV wees de aanvraag af omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de PTSS-klachten niet in aanmerking konden worden genomen omdat deze na zijn achttiende waren ontstaan en hij niet voldoende had gestudeerd in het voorafgaande jaar.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet vier uur per dag belastbaar is en geen aaneengesloten uur kan werken, en dat de rechtbank ten onrechte zijn stellingen terzijde had geschoven. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen zorgvuldig was en dat er geen objectieve medische gegevens waren die het standpunt van het UWV konden betwijfelen.
De Raad bevestigde dat appellant op de relevante momenten beschikte over arbeidsvermogen en daarom niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. De vraag naar de duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen bleef onbeantwoord omdat dit niet relevant was voor de uitkomst. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.