Uitspraak
17.6065 PW, 18/3408 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraken 1 en 2;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds augustus 2015 bijstand op grond van de Participatiewet, verstrekt als geldlening vanwege een lopende echtscheidingsprocedure. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle vroeg appellante meerdere malen om financiële gegevens en bewijsstukken met betrekking tot de echtscheiding en haar inkomenssituatie.
Appellante gaf hieraan onvoldoende gehoor, waardoor het college het recht op bijstand opschortte en later introk op grond van artikel 54 PW Pro. Een nieuwe aanvraag om bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende inzage in haar financiële situatie, met name vanwege onduidelijkheden over bankafschriften, alimentatie en inkomsten uit handelsactiviteiten.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar heeft nagelaten de gevraagde stukken tijdig te overleggen en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking. Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag is gegrond, omdat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar inkomenspositie.
Verzoeken tot vergoeding van schade werden afgewezen en er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door F. Hoogendijk, in aanwezigheid van griffier V.Y. van Almelo, op 30 juli 2019.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens onvoldoende financiële gegevens.