ECLI:NL:RBDHA:2022:2572
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstand wegens niet verstrekken inlichtingen
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Participatiewet, die per 15 mei 2021 werd ingetrokken vanwege het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften. Verzoeker kon niet aan het verzoek voldoen omdat zijn bankrekening geblokkeerd zou zijn en overgenomen door een incassobureau. De rechtbank oordeelt dat de gevraagde gegevens wel van belang zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat het onmogelijk was de gegevens te verstrekken.
Verzoeker stelde dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert en spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening, omdat hij geen inkomen heeft en dreigt met huisuitzetting en afsluiting van nutsvoorzieningen. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang, maar concludeert dat de intrekking terecht is omdat verzoeker niet heeft voldaan aan de hersteltermijn en de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en vergoedt geen proceskosten of griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen.