ECLI:NL:RBDHA:2022:4245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen bankafschriften
Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering die door verweerder is ingetrokken per 1 maart 2020 na anonieme meldingen en een onderzoek naar haar recht op bijstand. Verweerder had eiseres verzocht bankafschriften van twee bankrekeningen vanaf 2004 te overleggen, maar eiseres voldeed hier niet volledig aan. De uitkering werd eerst opgeschort en vervolgens ingetrokken. Eiseres betoogt dat zij niet aan het verzoek kon voldoen omdat banken slechts gegevens tot zeven jaar terug kunnen leveren, het opvragen van gegevens te duur was en haar psychische gezondheid haar belemmerde.
De rechtbank oordeelt dat eiseres redelijkerwijs niet over bankafschriften van vóór 2012 kon beschikken, maar wel over die vanaf 2012. Eiseres heeft slechts afschriften vanaf 1 januari 2020 overgelegd, wat onvoldoende is. Verder heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het haar niet te verwijten is dat zij de gevraagde gegevens niet heeft ingeleverd. De rechtbank wijst erop dat bijzondere bijstand of uitstel mogelijk was en dat haar gezondheidsproblemen niet met medische stukken zijn onderbouwd.
Daarom blijft het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering in stand. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter P.M. de Keuning op 22 april 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.